Duurzame onderwijsontwikkeling veronderstelt dat de scholen nieuwe (wetenschappelijke) kennis benutten. De PO-Raad werkt daarom aan het verbinden van de werelden van onderwijs, onderwijsontwikkeling en – onderzoek. Dat doet ze onder meer door het opzetten van werkplaatsen onderwijsonderzoek. De drie werkplaatsen in Tilburg, Amsterdam en Utrecht hebben zich in 2017 verder ontwikkeld. Het concept van de werkplaatsen wordt inmiddels breed gedragen en vindt navolging in het voortgezet onderwijs en mbo. De voorbereidingen zijn gestart voor een nieuwe werkplaats gepersonaliseerd leren met digitale hulpmiddelen

Om het onderwijs verder te helpen ontwikkelen, stimuleerde de PO-Raad ook in 2017 samenwerking tussen schoolbesturen, pabo’s en universiteiten. Niet alleen wordt zo (wetenschappelijke) kennis uitgewisseld, belangrijk is ook dat zij zo samen een bijdrage leveren aan het opleiden van leraren, bijvoorbeeld via zij-instroom en flexibele opleidingsroutes. Daarmee zijn we voor nieuwe instroom van leraren niet alleen afhankelijk van de pabo’s, iets dat door het groeiende lerarentekort steeds belangrijker wordt. De in 2017 door de PO-Raad ingerichte denktank beroepskwaliteit Leraar, moet ook een bijdrage leveren aan het oplossen van dat tekort. Binnen die danktank wordt zowel op landelijk als regionaal niveau gesproken over ‘hoe we leraren goed kunnen blijven opleiden en toerusten om het onderwijs toekomstbestendig te houden’.

De PO-Raad stond samen met de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) aan de wieg van de universitaire lerarenopleiding die in 2017 is goedgekeurd door de CDHO en geaccrediteerd door de NVAO. Er zijn ongeveer 23 studenten ingestroomd en gestart. De betrokken schoolbesturen zijn enthousiast.

De PO-Raad heeft daarnaast samen met de VO-raad en het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) het voortouw genomen bij het ontwikkelen van een R&D-agenda voor onze sector. Het doel is om vanuit de onderwijspraktijk de belangrijkste onderwijsvraagstukken en -ambities in het funderend onderwijs in kaart te brengen. Zo’n agenda draagt bij aan het beter aansluiten van wetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek en innovatieprogramma’s bij vraagstukken en ambities in het primair en voortgezet onderwijs.

Uit de praktijk: Milou de Kleijn: ‘Wetenschappelijke kennis en de praktijk van het primair onderwijs met elkaar verbinden.’